De prijs van jeugdcriminaliteit
De Zembla-uitzending over de prijs van jeugdcriminaliteit laat zien hoeveel maatschappelijke schade ontstaat wanneer jongeren afglijden richting criminaliteit. Gemeenten investeren daarom jaarlijks miljoenen euro's in preventie. Maar een belangrijke vraag blijft vaak onbeantwoord: weten we eigenlijk welke aanpakken daadwerkelijk effect hebben?
Nog te vaak gaat geld naar voorlichtingscampagnes, gastlessen en bewustwordingsprojecten. Goed bedoeld, maar onderzoek laat zien dat kennis niet automatisch leidt tot gedragsverandering. Zeker niet bij jongeren die al te maken hebben met risicofactoren zoals schooluitval, schulden, problematische thuissituaties of criminele beïnvloeding.
De uitdaging zit bij de 2%-groep
Volgens lector Jan Dirk de Jong ligt de grootste uitdaging bij een relatief kleine groep jongeren, de zogenoemde 2%-groep. Dit zijn jongeren die al zorgelijke signalen laten zien en een verhoogd risico lopen om verder af te glijden richting criminaliteit.
Deze groep vraagt om een andere aanpak. Niet nog meer algemene voorlichting, maar maatwerk, vroegsignalering en langdurige begeleiding...
Maar wat dan wel?
Bij deze 2%-groep wordt duidelijk dat een gezamenlijke aanpak noodzakelijk is. Gemeenten, onderwijs, jongerenwerk, zorgorganisaties, politie en veiligheidspartners beschikken allemaal over een deel van de puzzel.
Wanneer deze partijen samenwerken, signalen delen en gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen, ontstaat een aanpak die verder gaat dan symptoombestrijding.
Scherp in Veiligheid heeft in eerdere blogs al benadrukt dat duurzame resultaten niet ontstaan door losse projecten of tijdelijke subsidies. Effectieve preventie vraagt om sterke lokale samenwerkingsverbanden waarin professionals elkaar weten te vinden en gezamenlijk optrekken rondom jongeren die risico lopen.
Investeer in de jongere, niet in de interventie
Gemeenten denken vaak vanuit projecten en interventies. Maar effectieve preventie begint niet bij een methode, het begint bij de jongere. De ene jongere heeft behoefte aan een mentor, de andere aan perspectief op werk, ondersteuning thuis of een professional die langdurig betrokken blijft. Wat werkt, verschilt per situatie. Niet de methode, het project of de subsidie zou leidend moeten zijn, maar de jongere zelf. Wat speelt er? Waar zit het risico? En wat is nodig om die ontwikkeling te doorbreken?
Voorbij de prijs, richting perspectief
De discussie over jeugdcriminaliteit gaat vaak over hoeveel geld gemeenten moeten investeren. Misschien is een belangrijkere vraag: geven we het geld uit aan wat daadwerkelijk werkt?
De les uit Zembla is wat dat betreft helder. Niet iedere interventie is effectief. Niet iedere campagne bereikt de jongeren die het grootste risico lopen. De grootste winst zit in maatwerk voor de 2%-groep, het versterken van professionals en het organiseren van duurzame samenwerking tussen partners. Niet investeren in de duurste interventie, maar in de juiste jongere en de juiste samenwerking. Dáár begint effectieve preventie van jeugdcriminaliteit.