WK 2026: is jouw gemeente er klaar voor?
Het WK 2026 lijkt nog ver weg. Tot de eerste horecaondernemer vraagt of hij tijdens een nachtwedstrijd van Oranje langer open mag blijven. Dan gaat het ineens niet alleen meer over voetbal, maar over terrassen, vergunningen, handhaving en openbare orde. Daarom is dit het moment om als gemeente na te denken over de randvoorwaarden. Want wie in juni nog over de basis discussieert, is eigenlijk al te laat.
Onze adviseur veiligheid Hillebrand werkte hierover recent een beleidsnotitie uit voor een gemeente. Tijdens dat traject viel op hoeveel van de vragen die daar spelen, ook breder leven in Nederland. In deze blog deelt hij daarom de belangrijkste aandachtspunten en praktische overwegingen voor gemeenten die zich nu al willen voorbereiden op het WK 2026.
Het WK als sportevenement en veiligheidsvraagstuk
Internationale voetbaltoernooien trekken traditioneel veel publieke belangstelling. Zeker wedstrijden van het Nederlands elftal zorgen voor samenkomst in horeca, op terrassen en soms ook in de openbare ruimte. Bij het WK 2026 komt daar het tijdverschil bij kijken met de Verenigde Staten, Canada en Mexico. Dat betekent dat wedstrijden in Nederland deels in de avond en nacht worden uitgezonden.
Een nachtwedstrijd raakt direct aan horecasluitingstijden, terrastijden, toezicht, uitstroom, geluidsoverlast en beschikbare politie- en handhavingscapaciteit. De afweging gaat dan niet alleen over de vraag of je ruimte geeft, maar vooral onder welke voorwaarden en met welk doel: ruimte bieden voor beleving, zonder grip op de openbare orde te verliezen.
Van horeca tot handhaving: dit wil je vooraf regelen
1. Wat is je lijn op verruiming van horecasluitingstijden?
Voor veel gemeenten begint de voorbereiding op het WK bij de vraag of, en in welke gevallen, verruiming van horecasluitingstijden wenselijk is. Daarbij ligt het voor de hand om vooraf duidelijke keuzes te maken: geldt verruiming alleen voor wedstrijden van het Nederlands elftal, werk je met collectieve of individuele ontheffingen, en tot welk tijdstip blijft het beheersbaar?
2. Hoe ga je om met terrassen na reguliere sluitingstijd?
Een veelvoorkomend uitgangspunt is dat reguliere terrastijden blijven gelden, met alleen beperkte ruimte om een wedstrijd uit te kijken als die na sluitingstijd nog bezig is. Dat klinkt logisch, maar vraagt wel om duidelijke lokale voorwaarden. Want een terras dat “nog even open blijft” kan in de praktijk al snel anders worden beleefd dan een regulier terras.
3. Sta je tv-schermen op terrassen toe en onder welke voorwaarden?
Niet alleen de vraag of het mag is relevant, maar vooral hoe je het toestaat. Denk aan voorwaarden over de plaatsing van schermen binnen de grenzen van het vergunde terras, de kijkrichting, zichtbaarheid vanaf de straat en het gebruik van het terras zelf. Daar zit vaak het verschil tussen een beheersbare situatie en een setting die ongemerkt groter wordt dan bedoeld.
4. Wanneer is public viewing nog horeca en wanneer wordt het een evenement?
Zodra grote schermen in de openbare ruimte in beeld komen, verschuift de vraag al snel van horeca naar evenementen. En daarmee ook naar vergunningen, toezicht en risicobeheersing. Het is daarom verstandig om vooraf scherp te hebben wanneer je als gemeente ruimte wilt bieden voor public viewing, en onder welke voorwaarden. Want hoe groter de beleving, hoe belangrijker de voorbereiding.
5. Heb je de impact op toezicht en capaciteit goed in beeld?
Verruiming en vergunningverlening brengen bijna altijd aanvullende aandachtspunten met zich mee. Denk aan beveiliging, maatregelen tegen overlast, crowdmanagement en afspraken over uitstroom na afloop. Dat is geen formaliteit, maar simpelweg de vraag hoe je voorkomt dat een feestelijke avond eindigt in extra druk op toezicht, handhaving of openbare orde.
6. Stem je alleen lokaal af of ook regionaal?
Veel gemeenten zullen de spanning herkennen tussen lokale verantwoordelijkheid en de wens om regionaal zoveel mogelijk één lijn te trekken. Grote verschillen in beleid kunnen leiden tot verplaatsingseffecten en extra druk op de openbare orde. Regionale afstemming is daarom niet altijd noodzakelijk, maar vaak wel verstandig. Zeker als bezoekersstromen zich weinig aantrekken van gemeentegrenzen.
Voorkom dat je in juni nog over de basis discussieert
Het WK biedt kansen voor sfeer, ontmoeting en levendigheid in de gemeente. Maak tijdige keuzes op de punten waar uitvoering, vergunningverlening, OOV en bestuur elkaar raken. Denk aan horeca, terrassen, public viewing, toezicht en communicatie richting ondernemers. Als die basis vooraf duidelijk is, voorkom je dat de discussie begint wanneer de eerste aanvragen al op tafel liggen. Dat is misschien wel de belangrijkste les: duidelijkheid vooraf is meestal goedkoper dan improviseren achteraf. Zeker in een periode waarin de aandacht voor veiligheid, capaciteit en bestuurlijke afstemming al groot genoeg is.