• Wetgeving
  • Openbare orde & veiligheid

Prinsjesdag 2026: een beschouwing voor het veiligheidsdomein

Bernd Jager, Adviseur Veiligheid
Prinsjesdag2026

De derde dinsdag van september. De Glazen Koets, de Troonrede en natuurlijk het koffertje met de Miljoenennota. Prinsjesdag is ieder jaar het moment waarop het kabinet vooruitkijkt. Welke koers kiest Nederland en wat betekent dat voor het veiligheidsdomein?

Ook dit jaar neemt veiligheid een belangrijke plaats in. Nederland moet volgens de Troonrede weerbaar zijn en klaarstaan om vrijheid, democratie en rechtsstaat te verdedigen. Dat gaat over militaire dreiging, maar net zo goed over cyberaanvallen, desinformatie, terrorisme en georganiseerde criminaliteit. Lees de Troonrede 2026.

Veel van die onderwerpen zijn inmiddels vertrouwd. De afgelopen jaren ging het volop over weerbaarheid, crisisvoorbereiding, ondermijning en digitale dreigingen. De urgentie daarvan hoeft nauwelijks meer te worden uitgelegd. De vraag die daar nu achter vandaan komt, is: hoe krijgen we al die veiligheidsambities daadwerkelijk uitgevoerd?

Neem maatschappelijke weerbaarheid

Gemeenten krijgen in 2027 €20 miljoen om zich beter voor te bereiden op dreigingen en noodsituaties. Dat bedrag loopt de komende jaren op tot €70 miljoen per jaar. In 2026 zijn in alle veiligheidsregio’s pilots uitgevoerd met noodsteunpunten. Vanaf 2027 gaan gemeenten en veiligheidsregio’s op basis van die ervaringen verder met de ontwikkeling van een landelijk netwerk. Ook wordt verder gewerkt aan georganiseerde burgerhulp, bijvoorbeeld in de vorm van buurtcrisisteams. Lees meer bij het Veiligheidsberaad. Dan moet worden bepaald waar een noodsteunpunt komt, wie het opent, hoe inwoners worden bereikt wanneer reguliere communicatiemiddelen wegvallen en welke rol maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners daarin hebben.

Die rol van inwoners en gemeenschappen komt ook terug in de Troonrede

De koning noemt de Nederlandse traditie van gemeenschapszin en wijst op mensen die zich vrijwillig inzetten voor een ander. Die gemeenschapszin wordt neergezet als iets wat Nederland sterker maakt. Dat raakt rechtstreeks aan het veiligheidsdomein. Weerbaarheid is niet alleen iets van overheid en hulpdiensten. Bij langdurige crises zijn ook zelfredzaamheid, samenredzaamheid en bestaande netwerken in wijken en dorpen van belang.

Veiligheid betreedt meerdere terreinen

De grenzen tussen veiligheidsvraagstukken vervagen. Een langdurige stroomstoring raakt crisisbeheersing, communicatie, zorg, toezicht en handhaving en openbare orde. Ondermijnende criminaliteit kan zichtbaar worden in vastgoed, horeca, zorg of het sociaal domein. Een digitale aanval wordt een veiligheidsprobleem zodra gemeentelijke dienstverlening uitvalt of crisisfunctionarissen hun systemen niet meer kunnen gebruiken.

Ook het kabinet legt nadruk op die verbinding. Beleid en uitvoering moeten dichter bij elkaar komen, informatie moet eenvoudiger binnen de overheid kunnen worden gedeeld en Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen werken aan een gezamenlijke agenda voor een slagvaardiger overheid.

Het echte werk begint na Prinsjesdag

Prinsjesdag 2026 laat zien dat veiligheid en weerbaarheid stevig op de agenda blijven staan. Er komt geld beschikbaar, wetgeving wordt aangepast en bestaande programma’s worden verder ontwikkeld. Maar daarmee is het werk niet gedaan.

De komende jaren zal het verschil vooral worden gemaakt in de uitvoering. In gemeenten, veiligheidsregio’s, wijken en organisaties. Daar moeten landelijke ambities worden vertaald naar mensen, afspraken, processen en samenwerking. Of, zoals minister Heinen het bij de aanbieding van de Miljoenennota treffend samenvatte: “Het echte werk begint nu.” Voor het veiligheidsdomein geldt dat minstens zo sterk.

Gerelateerde artikelen