De stroom valt uit. Hoelang de storing gaat duren, weet niemand. Telefoons werken mogelijk nog en dienstvoertuigen staan klaar. Maar wat doe je voordat steeds meer voorzieningen wegvallen? Gaat iedereen meteen de straat op of moet het team eerst afspraken maken? Voor de medewerkers van Toezicht en Handhaving in Sittard-Geleen was dit het begin van een tabletopoefening. De gemeente koos een langdurige stroomuitval van 72 uur als scenario binnen haar weerbaarheidsopgave.
Begin bij de mensen die het moeten doen
Veel crisisplannen worden op management- of directieniveau ontwikkeld en daarna vertaald naar de werkvloer. Sittard-Geleen draaide die volgorde om. De gemeente begon bij de boa’s: wat hebben zij nodig?
Boa’s zijn zichtbaar in de wijken en worden rechtstreeks aangesproken door inwoners. Wanneer websites en telefoonverkeer uitvallen, kan hun rol veranderen. Reguliere taken blijven deels bestaan, maar de prioriteiten verschuiven. Aanwezig zijn op een herkenbare plek, informatie delen en signalen uit de wijk doorgeven kan dan zwaarder wegen dan iedere afzonderlijke melding direct afhandelen.
Ongeveer vier weken voor de oefendag ontvingen de circa vijfentwintig deelnemers vijf vragen. Ze dachten vooraf na over de problemen die zij tijdens een stroomuitval verwachtten, welke ondersteuning zij nodig zouden hebben en waar knelpunten in de samenwerking konden ontstaan. Hun antwoorden hielpen Scherp in Veiligheid om een oefening te maken waarin de deelnemers hun eigen werk herkenden.
De casus die werd doorlopen maakte duidelijk dat de rol van de handhaver tijdens een crisis zoals stroomuitval wordt verbreed: niet alleen toezicht houden en handhaven, maar ook aanspreekpunt, informatiebron en ogen en oren van de organisatie zijn.
Stadsmaker, Gemeente Sittard-Geleen
Geen Stroom. Wat doe je eerst?
Na een korte introductie over langdurige stroomuitval en de gemeentelijke crisisorganisatie gingen de deelnemers in groepen aan de slag. De BOB-methodiek gaf houvast: eerst het beeld vormen, dan beoordelen en pas daarna besluiten. Vervolgens bleef de opdracht bewust open: de stroom is uitgevallen. Wat gaan jullie doen?
Die vraag legde praktische afhankelijkheden bloot. Zijn hulpmiddelen en dienstvoertuigen nog bereikbaar als elektrische deuren en toegangssystemen uitvallen? Hoelang blijven telefoons en bodycams bruikbaar? En hoe leg je gebeurtenissen vast zonder digitale systemen?
Vooral de eerste twee uur bleken belangrijk. Telefonie, voertuigen en mobiele apparatuur zijn dan mogelijk nog beschikbaar. Meteen met iedereen de straat op gaan, hoeft daarom niet de beste eerste stap te zijn. Eerst moet duidelijk zijn welke taken voorgaan, waar medewerkers nodig zijn en hoe zij contact houden.
Tijdens het gesprek reikten de vragen al snel verder dan Toezicht en Handhaving. Hoe sluit het team aan op de gemeentelijke crisisorganisatie? Wie onderhoudt het contact met de politie en Bevolkingszorg? Welke informatie hebben de verschillende partijen van elkaar nodig? Zo werd zichtbaar dat een team de eigen voorbereiding op orde kan hebben en tijdens een crisis toch afhankelijk blijft van anderen.
Van blinde vlek naar vertrekpunt
De waarde van deze aanpak voor Sittard-Geleen zit ’m erin dat de gemeente begint bij de uitvoering. In dit geval bij de boa’s, maar dat kunnen net zo goed veldmedewerkers, communicatieprofessionals of juristen zijn. Een crisisplan wordt pas uitvoerbaar als je al vroeg luistert naar de mensen die ermee moeten werken.